Facebook - Sommige mensen hebben moeite met goed lezen, ik zal u daar een waar gebeurd voorbeeld van geven. Op Facebook willen mensen graag "erbij" horen en graag beroemde mensen onder de vrienden hebben. Ze gaan dan zoeken op beroemde namen en daar komt nu juist het probleem, ikzelf heet Maarten van Rossum met een U en veel mensen verwarren mij met Maarten van Rossem met een E, de historicus.
Goed een naam lezen is dus voor veel mensen al een probleem blijkbaar en zij voegen mij dan toe als vriend in de veronderstelling dat ik de historicus ben. Ook Facebook zelf heeft moeite met mijn naam Maarten van Rossum en blokkeerden mijn account omdat ik misbruik zou maken van iemand andersman zijn naam, in dit geval Maarten van Rossem en dat terwijl ik toch echt van Rossum heet met een U. Enfin, mijn ID opgestuurd via email en na enige excuses van Facebook werd mijn account weer geactiveerd na drie dagen.
Conclusie: Als je een beroemde naam hebt dan wordt je dus gefokt door de mensen die niet goed kunnen zoeken en lezen. Ook zijn er van die mensen die gelijk impliceren dat ik misbruik zou maken van mijn eigen naam, een heel aparte ervaring is dat moet ik zeggen.
De professor Maarten van Rossem met een E dus, vertelt uzelf over het probleem in de volgende video waar ik Maarten van Rossum met een U, dus ook mee kamp!
Lees meer
Posts tonen met het label Maarschalk van Gelre. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maarschalk van Gelre. Alle posts tonen
woensdag 13 februari 2013
maandag 6 juni 2011
Maarten van Rossum, wie kent hem niet?
Maarten van Rossum was in dienst van de Hertog Karel van Gelre. Hij was een bekwaam en in zijn tijd een gevreesd legeraanvoerder. De Hertog wilde de Habsburgers uit Gelre houden, opdat Gelre zelfstandig kon blijven. Maarten van Rossum vocht een kleine dertig jaar (1514 - 1543) voor de Gelderse zaak tegen de Habsburgers.
Zijn stijl van oorlogvoeren leek op die van zijn Italiaanse collega's, de condottieri, en kenmerkte zich door guerrilla-achtige tactieken, waarbij de burgerbevolking niet werd ontzien. Naar men zegt was zijn motto "Branden en blaken is het sieraad van de oorlog". Over de wijze waarop Van Rossum oorlog voerde zijn de meningen verdeeld: er zijn historici die hem een 'extreme bruut' noemen en die zijn 'agressieve plunderzucht' laken.
Door krijgslisten wist hij in 1514 en 1527 respectievelijk Arnhem en Rhenen te veroveren. In Arnhem wist hij een deel van zijn soldaten verborgen onder het hooi de stad binnen te smokkelen en in Rhenen verstopte hij soldaten in het struikgewas die gebruik maakten van een hooiwagen die in een van stadspoorten bleef steken. Met deze krijgslisten liep hij vooruit op soortgelijke escapades zeventig jaar later door de prinsen Maurits en Willem Lodewijk, zie bijvoorbeeld het turfschip van Breda) In 1516 brandde hij dorpen in de Alblasserwaard plat, onder andere Bleskensgraaf). In deze fase van de Gelderse Oorlogen werkte hij samen met de Friese opstandelingenleiders Pier Gerlofs Donia (Grote Pier) en Wijerd Jelckama (Grote Wierd).
Later werkte hij ook tot op zekere hoogte samen met het Franse leger om in beider belang zo mogelijk een tweefrontenoorlog tegen de Habsburgse machthebbers in Brussel te kunnen voeren. Toen Gelderland de soldij niet meer kon betalen nam Grote Pier de zogenaamde Arumer Zwarte Hoop, een troep Duitse huurlingen die aanvankelijk met Gelders geld betaald waren, over om tegen Medemblik op te trekken, een stad die Grote Pier haatte. Daarna trok de Zwarte Hoop al plunderend naar het zuiden en om Amsterdam heen naar het oosten, richting Duitsland, waarbij het onder andere in Medemblik en Asperen tot betreurenswaardige uitspattingen kwam.
In 1519 werd Van Rossum door Karel van Gelre tot bevelhebber van het Gelders leger benoemd. In 1527 veroverde hij Utrecht. Van daaruit voerde hij begin maart 1528 met 1500 tot 2000 man troepen een plundertocht uit op Den Haag. Hij brandschatte het niet-ommuurde 'dorp' en plunderde de omgeving. Omdat de burgers van de stad het door Van Rossum geƫiste bedrag van naar verluidt 28.000 gulden niet konden opbrengen nam hij genoegen met 8.000 gulden. Wel voerde hij een aantal aanzienlijke Haagse burgers, die niet naar Delft of de duinen hadden weten te ontsnappen, als gijzelaar mee naar Utrecht en Arnhem, waar sommigen van hen naar men zegt twee jaar gevangen zaten.
Sommige families kregen belastingvrijstelling om de losgelden te kunnen betalen. Deze plundertocht op Den Haag baarde groot opzien en was voor Holland en Brabant het sein om de verdediging serieus ter hand te nemen, te meer daar Van Rossum bij zijn overval geen echte tegenstand had ontmoet.
Lees meer
Zijn stijl van oorlogvoeren leek op die van zijn Italiaanse collega's, de condottieri, en kenmerkte zich door guerrilla-achtige tactieken, waarbij de burgerbevolking niet werd ontzien. Naar men zegt was zijn motto "Branden en blaken is het sieraad van de oorlog". Over de wijze waarop Van Rossum oorlog voerde zijn de meningen verdeeld: er zijn historici die hem een 'extreme bruut' noemen en die zijn 'agressieve plunderzucht' laken.
Door krijgslisten wist hij in 1514 en 1527 respectievelijk Arnhem en Rhenen te veroveren. In Arnhem wist hij een deel van zijn soldaten verborgen onder het hooi de stad binnen te smokkelen en in Rhenen verstopte hij soldaten in het struikgewas die gebruik maakten van een hooiwagen die in een van stadspoorten bleef steken. Met deze krijgslisten liep hij vooruit op soortgelijke escapades zeventig jaar later door de prinsen Maurits en Willem Lodewijk, zie bijvoorbeeld het turfschip van Breda) In 1516 brandde hij dorpen in de Alblasserwaard plat, onder andere Bleskensgraaf). In deze fase van de Gelderse Oorlogen werkte hij samen met de Friese opstandelingenleiders Pier Gerlofs Donia (Grote Pier) en Wijerd Jelckama (Grote Wierd).
Later werkte hij ook tot op zekere hoogte samen met het Franse leger om in beider belang zo mogelijk een tweefrontenoorlog tegen de Habsburgse machthebbers in Brussel te kunnen voeren. Toen Gelderland de soldij niet meer kon betalen nam Grote Pier de zogenaamde Arumer Zwarte Hoop, een troep Duitse huurlingen die aanvankelijk met Gelders geld betaald waren, over om tegen Medemblik op te trekken, een stad die Grote Pier haatte. Daarna trok de Zwarte Hoop al plunderend naar het zuiden en om Amsterdam heen naar het oosten, richting Duitsland, waarbij het onder andere in Medemblik en Asperen tot betreurenswaardige uitspattingen kwam.
In 1519 werd Van Rossum door Karel van Gelre tot bevelhebber van het Gelders leger benoemd. In 1527 veroverde hij Utrecht. Van daaruit voerde hij begin maart 1528 met 1500 tot 2000 man troepen een plundertocht uit op Den Haag. Hij brandschatte het niet-ommuurde 'dorp' en plunderde de omgeving. Omdat de burgers van de stad het door Van Rossum geƫiste bedrag van naar verluidt 28.000 gulden niet konden opbrengen nam hij genoegen met 8.000 gulden. Wel voerde hij een aantal aanzienlijke Haagse burgers, die niet naar Delft of de duinen hadden weten te ontsnappen, als gijzelaar mee naar Utrecht en Arnhem, waar sommigen van hen naar men zegt twee jaar gevangen zaten.
Sommige families kregen belastingvrijstelling om de losgelden te kunnen betalen. Deze plundertocht op Den Haag baarde groot opzien en was voor Holland en Brabant het sein om de verdediging serieus ter hand te nemen, te meer daar Van Rossum bij zijn overval geen echte tegenstand had ontmoet.
Lees meer
Abonneren op:
Posts (Atom)


